Deze website wordt u aangeboden door Adri van Kooten, keurmeester gras- en grote parkieten bij de NBvV

Menu

 

Bij favorieten plaatsen!

Home

Witkoppapegaai (Pionus senilis)

 
 

Kooi- en volièrevogels (ca. 300)
Broedconditie en broedproces
Fotogalerijen
Vogelziekten
Medicijnen
Kweekproblemen
Ziekenkooi
Vogeldierenartsen
Voeding
Bouw en inrichting volière
Tips van vogelliefhebbers
Vogels - koude volière
Vogels - warme volière
Downloads Witkoppapegaai

Verspreiding:

De witkoppapegaai of pionus senilis, zoals zijn wetenschappelijke naam luidt, heeft zijn verspreidingsgebied van West-Panama noordwaarts tot Zuidoost-Mexico.

Grootte:

De pionus senilis is 24 cm. groot.

Geslachtsonderscheid:

Tussen man en pop is uiterlijk vrijwel geen waarneembaar verschil. Om zekerheid te verkrijgen over het geslacht van de vogels is endoscopisch- en of DNA (veer)onderzoek aan te raden cq. noodzakelijk.

Kleurplaten
Vogelanimaties
Vogelmarkten
Vogelparken
Richtprijzen vogels
Vogelgeluiden
 
Erfelijkheidsleer vogels
Links naar vogelwebsites
Europese cultuurvogels
Papegaai als huisdier - index
Vogelwereld Curaçao
 

 

 

Karakter:

Witkoppapegaaien zijn relatief rustige iet wat schuwe vogels. Ze zijn veel minder luidruchtig dan bijvoorbeeld amazonepapegaaien. Ook hun knaaglust is minder dan die van de meeste andere soorten papegaaien. Indien ze gehuisvest worden naast andere vogels is het noodzakelijk dubbel gaas aan te brengen omdat ze vrij agressief op andere vogels kunnen reageren.

Omgevingstemperatuur:

Het houden van de pionus senilis hoeft geen problemen op te leveren in ons land. Wel dient volière waarin deze vogels worden gehouden een goed afgesloten en droog nachtverblijf te bezitten. Ook verdient het aanbeveling de vogels niet beneden temperaturen van 5 °C te houden.  

Natuurlijke leefomgeving en leefwijze

In hun natuurlijke leefomgeving leven ze buiten de broedtijd in groepen van 10 tot 50 exemplaren. Dergelijke groepen gaan samen op zoek naar voedsel. In hun voedselkeuze zijn ze niet al te kieskeurig. Ze eten wat het seizoen hun op dat moment biedt. Ook doen ze regelmatig plantages aan waar ze zich dan tegoed doen aan de aldaar verbouwde rijpe vruchten. Het is dan ook begrijpelijk dat de  plantagehouders de pionussen op alle mogelijke manieren bestrijden om op die manier schade aan hun plantages te voorkomen. Slapen doen pionussen in veel grotere groepen in zogenaamde slaapbomen. In dergelijke bomen kunnen wel tot 1000 exemplaren hun slaapplaats hebben.

Broeden doen ze in holtes van dode of levende bomen maar ook wel in spleten van rotswanden. Pionussen zijn op een leeftijd van twee tot drie jaar geslachtsrijp.. 

De kweek in gevangenschap

Pionussen kunnen goed vliegen en klauteren. Hier dient dus in gevangenschap rekening mee gehouden te worden. Een vlucht van 1 meter breed, 4 tot 6 meter lang en een hoogte van 2 meter zal prima voldoen. Voor het klauteren en knagen kunnen takken van vruchtbomen, wilg of berk neergehangen worden in de volière. Verder is het belangrijk te weten dat pionussen vrij schrikachtig zijn. Zorg er daarom voor dat de volière zodanig is ingericht dat ze zich niet te pletter kunnen vliegen. Steek bijvoorbeeld wat takken in het gaas of zorg voor voldoende beschutte plaatsen in de volière. Als nestgelegenheid kan een broedblok gegeven worden met een afmeting van 50 hoog, een bodemoppervlak van 23x23 cm., met een controledeurtje op 10 cm. van de bodem. Het invlieggat dient een diameter te hebben van ongeveer 10 cm. Een legsel varieert van 2 tot 5 eieren, die om de dag door de pop worden gelegd. Meestal begint de pop al direct bij het eerste te broeden. De broedtijd van de eieren bedraagt 26 tot 28 dagen. De jongen worden in het begin gevoerd door de pop, die op haar beurt het voedsel van de man heeft doorgekregen. De jongen vliegen na ongeveer 7,5 tot 8 weken uit om daarna nog zo’n 6 tot 8 weken door de ouders te worden (bij)gevoerd. Zolang echter de jongen niet worden uitgevangen zullen ze bij de oudervogels blijven bedelen om voedsel.

Voeding in gevangenschap

De dagelijkse voeding voor pionussen dient grofweg uit drie (gelijke) delen te bestaan:

  1. een goed (grof)zaadmengsel voor (grote) parkieten eventueel aangevuld met maiskolven in halfrijpe toestand.
  2. een mengsel van kiemzaad, eivoer en universeelvoer. Geef dit in een verhouding van 2 delen kiemzaad (droog!), 2 delen eivoer  en 1 deel universeelvoer. Nadat het kiemzaad is geweekt kan hier het eivoer en het universeelvoer door gemengd worden. Verder is het verstandig twee keer per week, ondanks dat de vogels er ook vrij over moeten kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit door het kiemzaad te mengen.
  3. een mengsel van fruit (druiven, sinaasappel, banaan, kiwi, vijgen, kersen, appel, peer, sinaasappel, lijsterbes,pruimen, rozebottel e.d.) en groenten en onkruiden (o.a. wortel, spinazie, tomaat, witlof, andijvie, muur, paardebloem e.d.).

 

Verder dienen de vogels altijd de beschikking te hebben over vogelmineralen, grit, scherpe maagkiezel en sepia. Daarnaast dient dagelijks vers drinkwater aangeboden te worden waaraan eenmaal per week een mutivitamine kan worden toegevoegd.

Ook mag niet vergeten worden de vogels van tijd tot tijd verse wilgen- en fruittakken te geven. Hier zullen ze de bladknoppen van eten.

A. van Kooten

Verwante links

Pionus - inleiding
Pionus maximaliani
Pionus menstruus of Zwartoorpapegaai

 

 

 

 

 

Disclaimer

HOME

Vertel een vriend over deze site

 

Copyright © 2005, Adri van Kooten, All Rights Reserved | Webdesign: Adri van Kooten