Deze website wordt u aangeboden door Adri van Kooten, keurmeester gras- en grote parkieten bij de NBvV

Menu

 

Bij favorieten plaatsen!

Home

Ooievaar (Ciconia ciconia)

 
 

Kooi- en volièrevogels (ca. 300)
Broedconditie en broedproces
Fotogalerijen
Vogelziekten
Medicijnen
Kweekproblemen
Ziekenkooi
Vogeldierenartsen
Voeding
Bouw en inrichting volière
Tips van vogelliefhebbers
Vogels - koude volière
Vogels - warme volière
Downloads Ooievaar

Gedurende een aantal jaren ga ik eens per jaar naar vrienden in Roemenië. In voorgaande jaren ging ik altijd zo rond september maar dit jaar werd het door omstandigheden april. Dit tijdstip is uiteindelijk bepalend geweest voor dit artikel over de "gewone" ooievaar of wel ciconia ciconia, zoals z'n wetenschappelijke naam luidt. Navraag leerde dat Barzâ, zoals de ooievaar in Roemenië wordt genoemd, ook daar gezien wordt als de brenger van baby's.

Op mijn reis naar Roemenië zag ik eveneens in de landen die ik doorkruiste regelmatig deze imponerende vogel. De meeste ooievaars zag ik echter in Hongarije en Roemenië. Hierbij dien ik echter wel direct op te merken dat dit ook de landen zijn waar je het meest door dorpjes heen rijdt, terwijl in landen als Duitsland en Oostenrijk je alleen maar over vierbaans wegen raast. U zult begrijpen dat een vierbaans weg nu niet bepaald de plaats is waar je ooievaars mag verwachten.

Kleurplaten
Vogelanimaties
Vogelmarkten
Vogelparken
Richtprijzen vogels
Vogelgeluiden
 
Erfelijkheidsleer vogels
Links naar vogelwebsites
Europese cultuurvogels
Papegaai als huisdier - index
Vogelwereld Curaçao
 
 
 

Een ander belangrijk aspect in beide eerst genoemde landen is dat hier de electriciteit en de telegrafie (nog) via palen boven de grond is aangebracht. Met name de palen waarover de electriciteit- en telefoondraden worden geleid geven de ooievaar een prima mogelijkheid om er zijn nest op te bouwen.

BESCHRIJVING

Hoewel ik me realiseer dat vrijwel een ieder in Nederland de ooievaar wel kent geef ik volledigheidshalve toch nog even een korte beschrijving van deze prachtige vogel. De ooievaar is een grote, langpotige vogel die gemakkelijk herkenbaar is door z'n grootte van ca. 110 cm. en zijn witte verenkleed met gitzwarte slagpennen en lange, helderrode snavel en poten. Een ander belangrijk kenmerk zien we tijdens het vliegen. In tegenstelling tot de in ons land zeer talrijk voorkomende reiger vliegt de ooievaar niet met een "ingetrokken hals" maar met een lange uitgestrekte hals.

GESCHIEDENIS

Op basis van fossielen die zijn gevonden wordt geschat dat de  ooievaar al ca. 50 miljoen jaar op onze aarde leeft.

Al sinds de middeleeuwen is de ooievaar, vooral bij de Germaanse volken, een zeer populaire (geluks)vogel. Ongetwijfeld zal dit met z'n status als "baby brenger" te maken hebben. Immers, waar kun je een getrouwd stel gelukkiger mee maken dan met de komst van een baby? En daarbij was het natuurlijk voor preutse ouders een prima mogelijkheid de waarheid over het krijgen van kinderen (nog even) te verzwijgen tegenover de andere kinderen.  De populariteit van de ooievaar ging zelfs zover dat veel mensen ertoe overgingen speciale 'nestelplaatsen' voor de ooievaars op te richten. Vaak was dit een wagenwiel boven op een hoge paal. Het bijgeloof rondom deze geweldig mooie vogel heeft er zeker ook toe bijgedragen dat een zo grote opvallende vogel nog steeds in een groot aantal landen zo algemeen voorkomt.

VERSPREIDINGSGEBIED

Voor wat betreft het verspreidingsgebied van de ooievaar moeten we helaas vaststellen dat ze in Europa sterk in aantal zijn afgenomen. Hoewel in menige literatuur te lezen valt dat ze in Nederland voorkomen moeten we concluderen dat dit de laatste jaren, althans waar het 'wilde exemplaren' betreft, niet meer het geval is. Een bittere pil als we bedenken dat de ooievaar vroeger zo talrijk was dat op elk huis bijna wel een ooievaarsnest lag. Zoals gezegd zijn het tegenwoordig, zeker in Nederland, zeldzame vogels. Met name de moderne dakconstructies bieden geen plaats meer voor ooievaarsnesten. Maar de belangrijkste oorzaak voor de achteruitgang is de uitbreiding aan bewoond gebied. Door deze grootschalige uitbreiding werden grote waterrijke gebieden in Nederland (en andere Europese landen) gedraineerd met als gevolg dat er voor de ooievaar nog onvoldoende mogelijkheden overbleven om aan voldoende voedsel te komen. Verderop in de tekst zal namelijk duidelijk worden dat het type voedsel waar de ooievaar van leeft in waterrijke gebieden voorkomt.

Globaal komt de ooievaar nog voor van Europa tot in Azië. Naar het zuiden broedt hij nog in Spanje en Portugal, Noord-Afrika en in enkele gebieden rond de Middelandse Zee, maar niet meer in Italië en Frankrijk. Als dwaalgast komt de ooievaar nog voor in Engeland, Noorwegen en Finland.

DE OOIEVAAR IN NEDERLAND

Als we het over de ooievaar in Nederland hebben dan hebben we het over buitenstations die in het kader van het ooievaarsproject door 'de Vogelbescherming' zijn opgericht. Hier wordt getracht de ooievaar voor Nederland te behouden. Inmiddels vliegen er door de inspanningen van deze buitenstations weer ruim 1000 ooievaars in ons land rond!

OOIEVAARS IN ROEMENIË

De eerste mogelijkheid die zich voor mij voordeed om een ooievaar op het nest te fotograferen was in de plaats Agnita. Agnita is een vrij grote stad in Roemenië die precies in het midden van Roemenië ligt. Het exacte middelpunt wordt in de stad zelfs aangegeven met een merkteken. Het betreffende nest was gebouwd op een 'elektriciteitspaal' en getuige de dikte van het nest was hij al jaren in gebruik. Deze wetenswaardigheid werd me door één van m'n vrienden in Roemenië verteld. Elk jaar namelijk, zo vertelde hij, worden de nesten door de vogels gefatsoeneerd met grote hoeveelheden takken. Dit gesleep met takken was trouwens al op ruime afstand van het nest te zien. Overal kon je namelijk op de grond grote hoeveelheden gevallen takken waarnemen, die trouwens wanneer ze eenmaal gevallen zijn nimmer meer door de vogels worden opgepakt. Een ander opvallend aspect wat mij opviel bij het kijken naar het nest was dat er nogal wat mussen hun nest hadden gebouwd in het nest van dit ooievaarsstel. Iets wat ik trouwens later ook bij veel andere ooievaarsnesten heb kunnen waarnemen. Het tweede nest dat ik kon fotograferen was in de plaats Avrig op ca. 50 km. van Agnita. Ook hier betrof het een nest op een elektriciteitspaal. Hier had ik zelfs de mogelijkheid om beide vogels op het nest te fotograferen. Ook hier viel het gevallen nestmateriaal weer op. Tot op een afstand van wel 50 meter lagen wijd verspreid overal takken op de grond.

PAARGEDRAG VAN DE OOIEVAAR

Een belangrijk deel van het liefdesspel van vogels en dieren in het algemeen bestaat in een wederzijdse herkenning. Als deze herkenning er niet is zal het gewoonlijk niet tot paargedrag en paring komen. De witte ooievaar heeft een begroetingsceremonieel waarbij de vogel onder voortdurend geklepper met de snavel (een andere vorm van geluid kunnen ze niet maken omdat ze stom zijn!!) de kop tot op z'n rug naar achteren buigt, deze dan weer naar voren brengt en weer naar beneden. Het tegengeslacht zal op dit gedrag in gelijke zin antwoorden zodat uiteindelijk beide vogels zullen kunnen overgaan tot paring. Een dergelijke paring kan niet tot stand komen wanneer beide vogels geen herkenning in elkaar vinden. Zo gaat bijvoorbeeld de zwarte ooievaar bij een begroeting heel anders te werk. De zwarte ooievaar schudt zijn kop van de ene kant naar de andere en maakt daarbij een fluisterend geluid. Wordt nu een zwarte ooievaar bij een witte gezet dan zullen zich bij het paargedrag regelmatig misverstanden voordoen met als gevolg dat beide vogels geen huwelijkskandidaat in elkaar zullen zien en dus niet tot paring zullen overgaan.

BROEDPROCES

De mannetjes ooievaars keren als eerste terug uit Afrika. Ze gaan als ze eerder hebben gebroed terug naar het oude nest en proberen daar door geklepper een wijfje te lokken. Gaat een wijfje op zijn advances in - en dat zal vaak het wijfje zijn dat het vorig jaar ook met dezelfde man dit nest heeft bewoond -,dan tilt hij na beeindiging van 'de klepper ceremonie'  een tak uit het nest en biedt haar die aan. Als zij de tak accepteerd vindt meestal kort hierop de paring plaats. Ooievaars nestelen doorgaans op palen, gebouwen, bomen en soms ook op rotsen. Het nest bestaat zoals reeds opgemerkt uit een zwaar rond platform van allerlei grote en kleine takken. In het nest worden meestal 3 tot 6 witte eieren gelegd, die ca. 34 dagen worden bebroed. De jongen worden vrijwel naakt geboren, maar hebben al gauw nestdons. Jonge ooievaars groeien bijzonder snel.Toch duurt het enige jaren alvorens ze paarrijp zijn. De eieren worden door beide oudervogels bebroed. Het wijfje broedt s'nachts het mannetje overdag. Indien de vogels op het nest zijn en al eieren hebben valt het op dat beide vogels steeds (nog) blijven werken aan het nest. Ooievaars zijn weinig schuw zo viel me op. Als ik onder aan een nest stond te kijken en te fotograferen en of met iemand stond te praten werden de vogels daar niet anders van.

VOEDING

Op één van de avonden ben ik met m'n Roemeense vriend eens met een natuurboek rond de tafel gaan zitten en heeft hij mij aan de hand van plaatjes en latijnse namen verteld wat de ooievaar zoal op het menu heeft staan in Roemenië. Het voedsel van de ooievaar in Roemenië bestaat voor het grootste deel uit:

1. Slangen

Met name de ringslang (natrix natrix) en de geblokte ringslang (natrix tessellata) worden door de ooievaar gegeten.

2. Kikkers

Vooral de boomkikker (hyla arborea) met z'n gifgroene kleur en de geelbuikvuurpad (bombina variegata) met z'n prachtig getekende buik zijn talrijk in Roemenië en worden derhalve het meest gegeten door de ooievaars. Maar ook de middelste groene kikker (rana esculenta) en de overwegend bruine springkikker (rana dalmatina) worden graag door hem genuttigd.

3. Hagedissen

Van de hagedissen die in Roemenië voorkomen zijn het vooral de overwegend groen gekleurde smaragdhagedis (lacerta viridis) en de mooie zwart getekende bruin- tot groenachtig gekleurde zandhagedis (lacerta agilis) die veel gevangen en gegeten worden door de ooievaar.

Naast slangen, kikkers en hagedissen worden verder nog aardwormen (lumbricus terrestris), verschillende soorten insekten (voornamelijk sprinkhanen), jonge waterschildpadden (emys orbicularis), muizen en mollen gegeten. Indien ooievaars jongen hebben is het keihard werken voor de vogels. Zo is uit onderzoek duidelijk geworden dat een ooievaarsgezin met 4 jongen ongeveer 4 kilogram aan voeding nodig heeft. Zo heeft men in dit onderzoek een ooievaar gadegeslagen die op een stuk bouwland, dat werd omgeploegd in één uur tijd 44 muizen ving. Een andere ooievaar werkte op een dag meer dan 750 kleine en grote kevers naar binnen, 1315 sprinkhanen en 730 bladwespellarven.

DE OOIEVAAR ALS TREKVOGEL

De ooievaar is een zogenaamde trekvogel. Trekvogels zijn vogels die elk jaar uit hun broedgebied naar hun overwinteringsgebied vliegen en weer terug. Tot deze vogels behoort dus ook de ooievaar. De ooievaar is een trekvogel die z'n weg vooral zwevend in plaats van vliegend aflegd. Kenmerkend voor dergelijke vogels is dat ze gebruik maken van specifieke trekbanen. Ooievaars maken gebruik van het gegeven dat warme lucht opstijgt. De opstijgende warme lucht wordt thermiek genoemd. Deze thermiek, als het ware kolommen opstijgende lucht, is boven het land het sterkst ontwikkeld, zodat ooievaars dan ook bij voorkeur over land trekken. Als ze zeeen moeten oversteken, doen ze dit op punten waar de oversteek het smalst is, zoals bij de Straat van Gibraltar en de Bosporus bij Istanbul. Zo kan het voor komen dat aan de Bosporus op goede dagen duizenden ooievaars langskomen. Een dergelijk schouwspel zal ongetwijfeld iedere vogelliefhebber diep onder de indruk doen geraken. Zoals gezegd maken ooievaars gebruik van thermiek. Bij bepaalde weersomstandigheden vormen zich kolommen opstijgende (warme) luchtbellen waarin de vogels zich al cirkelend tot grote hoogte omhoog laten voeren, om daarna in de trekrichting af te glijden. Ooievaars kunnen op deze manier tientallen kilometers afleggen zonder ook maar één keer met de vleugels te slaan. De meeste ooievaars trekken naar het zuiden, westen en oosten van tropisch Afrika en naar het Midden Oosten om daar te overwinteren. De grootste afstand tussen de overwinteringsgebieden en de Europese broedgebieden kan wel 10.000 km. bedragen. Onderweg rusten ze bijvoorkeur in waterrijke gebieden. Zouden ze dit niet doen dan was het onmogelijk om deze reis jaarlijks te ondernemen. Tijden de trek hebben ze met vele moeilijkheden te kampen. Zo zijn er de hoogspanningsleidingen die, met name wanneer de weersomstandigheden het niet toelaten hoog te vliegen, vele slachtoffers maken. Maar ook woestijnen zijn gevaarlijke gebieden. Dit is vooral het geval wanneer de ooievaars bijvoorbeeld door tegenwind worden opgehouden, terwijl hun voedselreserves al bijna uitgeput zijn. En dan zijn er nog de drommen jagers in de Zuideuropese landen die jaarlijks (met heel veel enthousiasme) miljoenen trekvogels afschieten. De omvang ervan tart bijna elke beschrijving. Alleen al in Italië worden elk jaar ruw geschat 200 miljoen trekvogels gedood!! Maar ook landen als Griekenland, Turkije, Malta, Frankrijk en Cyprus vermoorden jaarlijks miljoenen trekvogels. Eigenlijk is dit ontzettend wrang als je bedenkt dat de meeste trekvogels in landen als bijvoorbeeld Duitsland, Nederland en Groot Brittannië speciale bescherming genieten. Hier lijkt me dan ook voor belangenorganisaties nog veel internationaal werk te doen!   

A. van Kooten

 

 

Disclaimer

HOME

Vertel een vriend over deze site

 

Copyright © 2005, Adri van Kooten, All Rights Reserved | Webdesign: Adri van Kooten