Deze website wordt u aangeboden door Adri van Kooten, keurmeester gras- en grote parkieten bij de NBvV

Menu

Bij favorieten plaatsen!

Home

Kolibrie

 
 

Kooi- en volièrevogels (ca. 300)
Broedconditie en broedproces
Fotogalerijen
Vogelziekten
Medicijnen
Kweekproblemen
Ziekenkooi
Vogeldierenartsen
Voeding
Bouw en inrichting volière
Tips van vogelliefhebbers
Vogels - koude volière
Vogels - warme volière
Downloads Kolibries

Kolibries behoren ongetwijfeld tot de mooiste en bijzonderste vogels op onze aarde. Mooi, vanwege de metaalachtige weerschijn
van het verenkleed en de dikwijls ingewikkelde versieringen van dit verenkleed, zoals lange staartpluimen, kragen en kuiven en bijzonder vanwege hun gespecialiseerde manier van vliegen. In tegenstelling tot andere vogels draait de kolibrie namelijk, bij elke vleugelslag, met een korte elipsvormige beweging, de vleugels. Een ander bijzonder aspect aan het vliegen van kolibries is, dat ze hun vleugels stijver en meer uitgespreid houden dan andere vogels. De naam `natuurlijke helikopters', die door één van de grootste experts op het gebied van kolibries, Fernando Ortez, aan de kolibries is gegeven, geeft deze gespecialiseerde manier van vliegen dan ook zeer goed weer.

Kleurplaten
Vogelanimaties
Vogelmarkten
Vogelparken
Richtprijzen vogels
Vogelgeluiden
Vogelboeken
Erfelijkheidsleer vogels
Links naar vogelwebsites
Europese cultuurvogels
Papegaai als huisdier - index
Vogelwereld Curaçao
www.papegaaien.net
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kenmerken:

Het verenkleed van het lichaam van kolibries is meestal glanzend groen of blauw en de onderkant van de vleugels kastanje bruin.
Het grootste deel van de glanzende veren bevindt zich op keel en kruin. De glanzende veren veranderen, afhankelijk van de lichtval, steeds van kleur. Schitterende tinten van rood, roze, paars, blauw, geel en groen zijn dan, meestal maar vanuit één gezichtspunt, waar te nemen. Doordat de veren steeds veranderen van kleur is het voor onderzoekers erg moeilijk om de verschillende soorten te onderscheiden. Herkenning van kolibriesoorten vindt dan ook veelal plaats via snavelvorm, staartvorm, en eventueel aanwezige kragen en kuiven.    
Bij sommige soorten is de onderkant van de staartveren brons of paars glanzend, terwijl bij andere soorten de veren witte punten, strepen of vlekken bezitten. Afhankelijk van de soort kan de staart allerlei vormen hebben. Vaak heeft de staart de vorm van een brede waaier, ook kan het een stompe vork of een lange schaarvorm zijn.
Het grootste deel van de zichtbare vleugel bestaat bij de kolibries uit de verlengde grote slagpennen.
De kop van de kolibrie is in verhouding tot de rest van het lichaam groot. Toch valt dit bij de meeste soorten niet op door de relatief grote afmetingen van vleugels en staart.
Kolibries zijn over het algemeen klein, snel en uitzonderlijk actief. De grootste soort, de reuzenkolibrie meet iets meer dan 20 cm, terwijl de kleinste, de bijenkolibrie, niet veel groter is dan 4 cm.  
Bij de meerderheid van de soorten bedraagt de lengte van het lichaam niet meer dan 5 cm, terwijl het gewicht ongeveer 5 à 7 gram (!) bedraagt.
De snavel van de kolibrie is lang en fijn. Een aantal soorten heeft een licht naar onderen gebogen snavel, andere soorten een licht naar boven gebogen snavel. De lengte van de snavel kan, afhankelijk van de soort, variëren van ongeveer 2 cm tot ruim 10 cm. De verschillende snavelvormen duiden op aanpassing aan verschillende bloemen als voedselbron.
Kolibries spelen een bijzonder belangrijke rol bij de bestuiving van planten en dragen zodoende in hoge mate bij tot het in stand houden van verschillende plantensoorten. Bij het zoeken naar nectar raken ze namelijk met de kopveren de stuifmeeldraden aan en dragen zodoende de pollen van bloem naar bloem.
Kolibries hebben een lange en dunne tong die tot voorbij de snavelpunt kan worden uitgestoken. De tong heeft omgerolde zijkanten, die een soort van dubbele buis vormen, waarin de nectar wordt opgezogen.


Soorten en voorkomen:

Er bestaan maar liefs zo'n 320 soorten kolibries, die verspreidt over de landen in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika voorkomen.
U zult begrijpen dat het ondoenlijk is om 320 verschillende soorten kolibries in één artikel te behandelen.
Daarbij gebiedt de eerlijkheid me nog te vertellen, dat ik kolibries nimmer in hun natuurlijke omgeving heb mogen aanschouwen. Mijn kennis beperkt zich slechts tot datgene wat ik uit de literatuur heb opgetekend en gezien heb op videofilms over kolibries. Natuurlijk heb ik ze al meerdere malen in levende lijve mogen aanschouwen. Zo zijn ze bijvoorbeeld te zien in `het NOORDER DIERENPARK' in Emmen en ook wel op grote landelijke tentoonstellingen.
Veel kolibries zijn bosbewoners, maar ze kunnen in allerlei biotopen, van het open land tot op grote hoogten in bergstreken voorkomen. In sommige streken leiden ze een zwervend bestaan of zijn ze onderhevig aan seizoensbewegingen om zodoende voordeel te trekken uit de bloeiseizoenen van verschillende planten.
Veel kolibriesoorten zijn trekvogels. De soorten die hiertoe behoren trekken veelal naar Noord-Amerika om daar te nestelen in de zuidelijke delen van Canada of Alaska.
Kolibriesoorten uit de tropische en subtropische bergstreken zijn daarentegen vaak zeer plaatselijk verspreid.

In de Verenigde Staten komen kolibries bijna overal voor. Zo komen ze voor in het hooggebergte, in de jungle, in bossen, op vlaktes en zelfs in de woestijn.  
Kolibries zijn vrijwel nergens bang voor omdat ze nauwelijks vijanden hebben. De meeste soorten kennen ook ten aanzien van de mens geen angst. Zomerhuisbewoners bij de grote meren, in de buurt van Georgië Bay, maken van dit gedrag gebruik door de daar voorkomende kolibrie, het Robijnkeeltje, uit de bossen te lokken met speciaal opgehangen flessen waarin rood suikerwater zit. Het suikerwater wordt in een rode kleur aangeboden omdat gebleken is dat het robijnkeeltje voor deze kleur een duidelijke voorkeur heeft. Het robijnkeeltje is de enige kolibriesoort, die ten oosten van de Missippi voorkomt. Trouwens over het robijnkeeltje valt nog iets zeer bijzonders te vertellen want, ondanks dat kolibries doorgaans geen lange afstandstrekkers zijn, presteert het robijnkeeltje het om met en topsnelheid van 50 km/u de Golf van Mexico ) over te vliegen. Als u daarbij bedenkt dat `De Golf van Mexico' toch al gauw een lengte heeft van ruim 1000 km en kolibries, vanwege hun hoge energie verbruik, om de 15 à 20 minuten moeten eten dan zal u duidelijk worden met wat voor raadsels dit vogeltje de deskundigen weet op te zadelen.
Van de kolibries is de Reuzenkolibrie (Patagona gigas) uit de Andes de grootste. De reuzenkolibrie meet iets meer dan 20 cm, waarbij opgemerkt moet worden dat meer dan de helft hiervan staart is. De reuzenkolibrie is dus ongeveer zo groot als een merel, alleen wel veel slanker. Voeden doet de reuzenkolibrie zich met de nectar van de Agane. De Agane is een plant met veel kelken en dus veel nectar. Eén van de kleinste kolibries, de Bijenkolibrie (Mellisuga helenae) uit Cuba, is niet groter dan 5 cm. Daarbij meet het lichaam ongeveer 2,5 cm en wordt de rest van z'n lengte gevuld door de snavel en de staart.
De allerkleinste kolibrie vinden we echter hoog in het Andes gebergte in Ecuador, Zuid-Amerika. Het is de Estella-kolibrie die niet groter is dan 4 cm. In z'n algemeenheid geldt voor kolibries, hoe kleiner de soort des te sneller de vleugelslag. Bij de reuzenkolibrie ligt deze snelheid zo rond de 8-10 slagen per seconde, terwijl bij kleine kolibries de frequentie stijgt tot ongeveer 80-85 slagen per seconde.
In de Verenigde Staten ligt de `kolibriehoofdstad' bij uitstek, de `Mile Hi Ranch'. De `Mile Hi Ranch' ligt in de Ramsey Canyon op ongeveer 16 km afstand van de grens met Mexico.
Op deze plaats worden regelmatig 16 of meer trekkende kolibriesoorten aangetroffen. Van de soorten die hier voorkomen is het Zwartkeeltje veruit de luidruchtigste en de Rivoli kolibrie één van de fraaiste en grootste. Andere soorten die rond `Mile Hi Ranch' voorkomen zijn o.a. de Violetkruin-amazilies, de Breedstaartkolibrie en de Blauwkeelbergjuweel. Van de Blauwkeelbergjuweel schijnt een bioloog ooit eens gezegd te hebben, dat deze roofvogels durft aan te vallen.
Een ander kolibrieparadijs vinden we in Costa Rica, nabij de vulkaan de Paos. In dit gebied, waar het vrij veel regent, komen o.a. de Langsnavel-zonzoeker, de Groene-violetkolibrie, de Cerisekolibrie, de violette sabelvleugelkolibrie, de Heremietkolibrie, de Smaragdkolibrie met z'n kenmerkende gaffelstaart en z'n gewicht van 2,5 gram, en de zeer kleurrijke Tzacati-amazilia voor. Na de regen, als de zon doorbreekt, komen deze kolibriesoorten te voorschijn om nectar te zuigen uit o.a. Bananenbomen en Heliconia bloemen. Andere planten die door de kolibries bezocht worden zijn de Lobelia laxiflora, een plant met licht oranje bloemen, de Hamelia patens, een struikachtige plant met oranjerode buisbloemen en de Inga brenessi, een boom die lichtgele bloemen draagt. Eén van de zeldzaamste kolibries is de Zwaardkolibrie, die voorkomt in Ecuador, Zuid-Amerika en z'n biotoop (=natuurlijke omgeving) heeft in Quenca.
Een andere kolibriesoort die voorkomt in Ecuador is de Gould-violetoorkolibrie. Deze soort heeft z'n biotoop in de bossen rondom de evenaar en bouwt daar ook z'n nest. De Gould-violetoorkolibrie voedt zich o.a. met nectar uit de Puya-bloem.
Ook de schitterende Victoria-sylfe met z'n zeer mooie en lange staart is een bewoner van Ecuador.
Op de Nederlandse Antillen is de kolibrie eveneens vertegenwoordigd. Zo vinden we bijvoorbeeld de rode kolibrie op Bonaire en de groene kolibrie, ook wel "blenci" genoemd, op Curaçao.

Huisvesting:

Het houden van kolibries stelt bijzondere (hoge) eisen aan de huisvesting. Zoals reeds eerder beschreven komen ze uit Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Het natte en koude klimaat in ons land is dus zeker niet ideaal voor hun. De volière zal hier dan ook op aangepast moeten worden. Concreet betekent dit dat ze gehuisvest dienen te zijn in een verblijf met een temperatuur van 18 C tot 22 C. Daarbij vragen kolibries een ruim verblijf, dat per paar vogels, een lengte dient te hebben van 3 tot 4 meter, een breedte van 1 meter en een hoogte van 2 tot 3 meter.
De temperatuur dient zoveel mogelijk constant te zijn, hetgeen het beste te verwezenlijken is door te kiezen voor een verwarmingssysteem met thermostaat.
Als verlichting kan gebruik gemaakt worden van Tl-buizen, die per dag ongeveer 12 tot 14 uur moeten branden.
De luchtvochtigheid in het verblijf dient te liggen tussen de 60 en 70%.
Verder dienen in het verblijf planten (bij voorkeur bloemdragend) en bloemen geplaatst te worden. Kies voor planten met fel gekleurde bloemen. Kolibries blijken namelijk een sterke voorkeur te hebben voor felle kleuren. Onderzoekers maken, bij het zoeken naar kolibries, van dit gegeven gebruik door vooral daar te zoeken waar zich fel gekleurde bloemen bevinden.
Als zitstokjes kunnen het beste "levende" dunne takjes worden aangeboden, die echter gemakkelijk vervangen moeten kunnen worden.  
Kolibries houden van baden, reden waarom we in het verblijf platte ondiepe schalen met water dienen neer te zetten.
Als bodembedekking kan gebruik gemaakt worden van kattenbakstrooisel. Uit bovenstaande zal u duidelijk geworden zijn, dat vooral vitrines en plantenkassen ideale onderkomens zijn om kolibries in te houden.

Aanschaf:

Met betrekking tot de aanschaf van kolibries zou ik het volgende willen opmerken.
Verdiep u, alvorens u overgaat tot de aanschaf van kolibries, in de vraag: `Hoe hou ik kolibries?'
Vooral wanneer u nog helemaal geen ervaring heeft en nog nooit suikervogels en of nectarvogels heeft gehouden is de kans op mislukkingen niet te onderschatten.
Mocht u overwegen om kolibries aan te schaffen dan kunt u naar mijn mening het beste informatie inwinnen bij de Speciaalclub voor liefhebbers van insecten- en vruchtenetende vogels. Binnen deze Speciaalclub van de N.B.v.V., die zo'n 500 leden telt, is de kennis aanwezig om u te begeleiden en te helpen bij de eventuele aanschaf van kolibries.

Karakter van de vogel:

Kolibries zijn over het algemeen vrij agressief en leven veelal op zich zelf, dit ondanks hun nietige verschijningsvorm.
Dit "karaktertrekje" wordt veroorzaakt doordat kolibries een zogenaamde voedingsterritorium bezitten. Dat wil zeggen dat ze een bepaald gebied "bezitten" waarbinnen ze hun voedsel zoeken en waarin geen indringers worden geduld. Gebeurt dit wel dan wordt het voedingsterritorium op agressieve wijze verdedigd. De Amazilie-kolibrie, die voorkomt in Costa Rica (4), blijkt dit territoriumgedrag in extreme mate te bezitten. Woorden als angst en vrees komen in het woordenboek van de kolibrie niet voor. Het zal u duidelijk zijn dat het karakter van deze vogels van grote invloed zal zijn op de huisvesting in gevangenschap.

Het broedproces:

In het broedproces vervult het popje vrijwel al het werk. Ongetwijfeld heeft het karakter van de vogels hier mee te maken. Immers, zoals reeds eerder opgemerkt, leefden ze op zich zelf?
In de paartijd baltsen de mannetjes met weinig spectaculaire bewegingen voor het popje.
Toch is het baltsen van de vogels schitterend om te zien door de glanzende kleuren van het verenkleed van het mannetje en de dikwijls mooie en ingewikkelde versieringen van dit verenkleed, zoals bijvoorbeeld de reeds eerder genoemde kuiven, kragen en staartpluimen.
Zoals gezegd zorgt het vrouwtje voor vrijwel alle werk, zij bouwt het nest, bebroed de eieren en zorgt voor de jongen.
Voor het bouwen van het nest gebruikt het popje fijne materialen zoals vruchtpluis, mos, haartjes, fijne vezeltjes en korstmos wat tezamen bijeengehouden wordt door spinnenwebben.
Nesten van kolibries behoren tot de wonderen van de natuur. Zo heeft men eens een nest uitgeplozen en berekent dat de draden spinrag uit één nest aan elkaar geknoopt reiken van Alaska tot 't puntje van Zuid-Amerika en weer terug.
Sommige nesten zijn mooi glad en komvormig en bevestigd op een tak, andere zijn overkoepeld en sommige zijn hangend of in hangplanten gebouwd.
De Heremietkolibrie bouwt haar nestje bijvoorbeeld hangend aan 't eind van een dun palmblad terwijl het robijnkeeltje haar nest op twijgen bouwt. Heel vaak wordt tijdens het broeden aan het nest doorgebouwd.
Een deskundige op het gebied van kolibries, de heer J. Baxter, ontdekte tijdens één van z'n onderzoeken dat een popje twee nesten tegelijkertijd verzorgde. Terwijl ze in het ene broedde vloog ze ongeveer om de 20 minuten naar 't andere nest om daar jongen in te voeren.
Vrijwel alle kolibriesoorten leggen 2 twee witte stomp ellipsvormige eieren ter grote van een erwt, die in verhouding tot het lichaam erg groot zijn.
De eitjes worden ongeveer 14 dagen bebroed. De jongen worden naakt geboren. Het popje voedt de jongen door haar snavel in de keel van de jongen te steken en voedsel op te braken.
Wanneer je als liefhebber een dergelijk tafereel waarneemt lopen de rillingen over je rug. Bij het voeden van de jongen door de pop heb je namelijk het idee, dat de snavel er wel aan de onderkant moet uitkomen. Het popje voedt de jongen in de vlucht. Per uur worden de jongen zo'n 4 à 5 keer gevoed. Al naar gelang het aanbod aan voedsel vliegen de jongen tussen de 2e en de 4e week uit en kunnen vrijwel meteen vliegen. De jongen beginnen dan ook al zeer vroeg met "vliegoefeningen" in het nest.
Jonge kolibries lijken vrijwel altijd op het popje.
Dicht bij huis, in de tropische vlindertuin van het Noorder Dierenpark in Emmen, is het in 1990 gelukt, om als eerste plaats ter wereld, kolibries van de soort Amazilia amazilia te kweken.
De jongen van deze soort bleken bij de geboorte een gewicht te hebben van 0,4 gram. Gemiddeld bleken ze ongeveer 1 gram in de vier dagen in gewicht toe te nemen. De voeding van de jongen bestond uit nectar, kleine insecten en jonge spinnetjes. Doordat de bloemen in de vlinderkas onvoldoende nectar aan de vogels boden werd tevens een soort van "kunstnectar" verstrekt.
De heer G.M. Essenberg memoreert in zijn artikel over kolibries (`Onze Vogels' 45e jaargang no.9 1984) aan een (Duits) fokverslag van de Phaethornis ruber ruber, een zeer agressieve kolibriesoort.
Deze kolibriesoort bouwde in gevangenschap op een hoogte van 2 meter in een Dracanea draco, aan een bestaand spinnenweb een nest van fijn hondenhaar, plantenvezels, fijne wortels, varendelen, boompluis e.d. In het nest werden twee jongen geboren, waarvan er één in leven bleef. Het jong werd grootgebracht met zeer veel insecten en fruitvliegjes (vliegende).

Voeding:

Als het licht is moeten kolibries in hun natuurlijke omgeving om de 10-15 minuten eten. De voeding bestaat daarbij overwegend uit nectar en diverse soorten kleine insecten.
Ook in gevangenschap zal de voeding van kolibries daarom dienen te bestaan uit nectar, vliegende (fruit)vliegjes, mugjes, kleine spinnetjes en andere kleine insecten.
In gevangenschap zal een kunstmatig nagemaakte nectardrank verstrekt dienen te worden, die alle noodzakelijke voedingsstoffen moet bevatten. Voorbeelden van nectarvoeders, die in de handel verkrijgbaar zijn, zijn: Avinectar, Sucre Vital, Complete nectar diner en Nectarrokol. Deze voeders dienen als dagvoeding. Voor de avond en vroege ochtend dient een lichte honingoplossing verstrekt te worden. Om de kans op bederf van de dagvoeding zo gering mogelijk te houden moet deze zo rond de middag nogmaals vers gegeven worden. Als levend voer kunnen het beste vliegende fruitvliegjes gegeven worden. De vliegjes dienen beslist te vliegen omdat een kolibrie niet op de grond komt om te eten, trouwens kolibries komen (vrijwel) nooit op de grond. Daarom ook heeft men lange tijd verondersteld dat ze ook nooit op takken zaten. Terugkomend op de fruitvliegjes, deze zijn over het algemeen gemakkelijk te kweken.
De tuitjes van de drinkbuisjes waaruit de vogels de nectar moeten drinken dienen altijd fel van kleur te zijn, bij voorkeur rood of oranje. Kolibries hebben immers een voorkeur voor felle kleuren?
Bij overgang van het ene merk nektarvoer naar een andere merk nectarvoer mogen deze nooit door elkaar gemengd worden. Als u van plan bent om van voeding te veranderen dan kunt u dat het beste doen door nectarbuisjes op te hangen met het oude merk en met het nieuwe merk. Door het aantal buisjes met het nieuwe voer geleidelijk (in 7-10 dagen) op te voeren is de kans op eventuele problemen zeer gering.
Het om de 10-15 minuten moeten eten geeft al aan dat de kolibrie een bijzonder hoge verbranding heeft.
Ter vergelijking het volgende. Als een mens net zo hard zou werken als een kolibrie dan verbrandt ie in één dag meer dan 100.000 calorieën.
De bouw van het lichaam alsmede de organen, zoals bijvoorbeeld het hart en de longen, zijn helemaal aangepast aan de verhoogde arbeidsprestatie van de vleugels. Zo maakt het hart een veertigste deel uit van het totale lichaamsgewicht. Daarmee hebben kolibries de grootste hartmassa van alle vogels, en ook de 1000 tot 1200 hartslagen per seconde betekent in de vogelwereld een eenmalige topprestatie. Daarbij hebben kolibries een ademfrequentie, die tot vijf ademhalingen per seconde bedraagt.
Dat is bijvoorbeeld het dubbele in vergelijking met zangvogels.
s'Nachts kunnen kolibries niet om de 10-15 minuten eten.
Kolibries bezitten dan ook het vermogen om tijdens de slaap hun dagelijkse energieverbruik terug te brengen met 95%.  
Tijdens de slaap verstijven ze namelijk helemaal, waarbij de stofwisseling en hartslag alsmede de lichaamstemperatuur daalt. Tijdens de slaap stoppen ze de snavel niet in de rugveren maar gaan op een tak zitten met uitstaande lichaamsveren en de snavel onder een hoek naar boven gestoken.
Kolibries worden 8-10 jaar oud. Gelet op hun formaat, overtreffen ze daarmee alle warmbloedige dieren.  

Kolibries worden door de Indianen in Midden-Amerika - Zonnestraaltjes of ook wel Vlechten van de morgenster genoemd. Typeringen, die deze webpagina niet beter zouden kunnen afsluiten.

A. van Kooten

 

Betaalbaar boek over aanschaf van vogels voor de gezelschapsvoliere?

Bestellen?  Klik op de afbeelding.

De Gezelschapsvoliere.

 In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op vragen als: ´Met welke aspecten moet ik rekening houden bij de bouw van een volière, ´Welke bouwmaterialen kunnen het beste gebruikt worden, ´Hoe moet het nachthok er uit zien?´, Welke planten zijn geschikt?´, ´Welke vogels kunnen bij elkaar gehuisvest worden?´. Op al deze maar ook op heel veel andere vragen geeft dit boek een antwoord. Dit boek is een zeer nuttig, zo niet onmisbaar naslagwerk voor beginnende liefhebbers die overgaan tot de bouw en inrichting van een volière.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

De Afrikaanse prachtvinken

De auteur geeft gedetailleerde adviezen over de juiste huisvesting, voeding en ook over aanschaf van de prachtvinken. De meest voorkomende soorten worden beschreven; dit boek bevat specifieke informatie over voeding en kweek per soort en over het gebied waar de vogel voorkomt. Prachtige foto’s van mannetjes en poppen. Het houden en kweken van Afrikaanse prachtvinken is aan vele regels gebonden, met name op het gebied van import en export. Indien u besluit om prachtvinken te houden, wordt u geadviseerd contact op te nemen met de speciaalclub Afrikaanse prachtvinken.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

De Gouldamadine

In dit boek wordt uitgebreid stilgestaan bij de huisvesting: verlichting, temperatuur, luchtvochtigheid, het vogelbad en andere aspecten worden duidelijk beschreven. Uiteraard ontbreken adviezen over de juiste voeding niet. Voor Gouldamadines bestaat geen specifiek dieet, wel wordt afwisseling van verschillende voedermengels aangeraden. Ook wordt vermeld wat Gouldamadines heel lekker vinden en welke soorten voer u beter niet kunt geven.
Interessant is de informatie over voorkomende ziektes bij Gouldamadines en wat men kan doen om bepaalde aandoeningen te voorkomen. Het grootste deel van dit boek gaat over het kweken van de gouldamadines.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

De papegaaiamadine

In tegenstelling tot vele andere boeken over vogels wordt in dit boek ook uitgebreid ingegaan op verschillende soorten en ondersoorten. Van elke soort is de Nederlandse en Latijnse naam vermeld. Informatie over de regio van herkomst, het verschil tussen man en pop, de voeding en een kleurbeschrijving is ook opgenomen. Advies over de mogelijkheden tot kweek en eventuele bijzonderheden maken de beschrijvingen van de papegaai amadine soorten compleet.
De papegaai amadines zijn tropische vogels, dat vereist dus aangepaste huisvesting qua temperatuur en luchtvochtigheid. Sommige soorten zijn voornamelijk vogels die zich voeden met zaden, andere soorten eten liever vruchten. Ook deze informatie vindt u terug per beschreven soort in dit boek.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

De zebravink

Alles wat u als beginnend vogelliefhebber moet weten passeert de revue in dit boek. De zebravink stelt niet veel eisen aan voeding en huisvesting, wat niet wegneemt dat goede verzorging natuurlijk zeer belangrijk is. Een aantal tips staan op een rij.
Zebravinken zijn heel populair omdat ze makkelijk te houden zijn en ook omdat ze in bijna elke dierenspeciaalzaak te vinden zijn. Reden te meer om toch een boek te lezen over deze oorspronkelijk Australische vogel. De standaardeisen voor zebravinken om mee te kunnen doen aan tentoonstellingen zijn opgenomen.
Er bestaan verschillende kleurslagen onder de zebravinken, met prachtige namen als Isabel, Pastel, Witborst of Zwartwang. Per kleurslag wordt zeer uitgebreid vermeld wanneer deze voor het eerst voorkwam en waar ze vandaan komen, tevens wordt aangegeven welke kweekaanwijzingen u kunt volgen.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

Japanse meeuwen en lonchura's

Japanse meeuwen komen niet in de vrije natuur voor en zijn ‘ontwikkeld’ in Japan. Hun naam doet vermoeden dat het om een grote vogel gaat, maar ze zijn nog kleiner dan een kanarie. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit, verschil is dat het mannetje ‘zingt’ om indruk te maken op het vrouwtje. Dit soort weetjes en nog veel meer zijn terug te vinden in dit boek.
Japanse meeuwen hebben geen ‘ingewikkelde’ dagelijkse verzorging nodig en zijn hele toegewijde ‘ouders’. Deze sterke vogeltjes zijn dan ook vaak ingezet als ‘pleegouders’ bij het fokken van andere vogelsoorten als prachtvinken of gouldamadines. In dit boek wordt aandacht besteed aan huisvesting, voeding en voortplanting.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

De Europese cultuurvogels

Er is duidelijk beschreven waar men op moet letten bij aanschaf van een vogel, welke ziektes kunnen voorkomen en welke soorten voeding er zijn. Ook komt de wetgeving aan bod die betrekking heeft op Europese vogels.
Een apart hoofdstuk is gewijd aan het kweken van vogels. Onderwerpen van nestbouw tot broedproces en het ringen van de jongen worden duidelijk uitgelegd. Interessant is de informatie over kleurmutaties bij Europese cultuurvogels.
Tenslotte vindt u een uitgebreid overzicht van verschillende soorten Europese cultuurvogels, compleet met adviezen over hoe elke soort het beste is te houden in de volière.

150 x 210 mm

64 blz

€ 7,95 (excl.verzendkosten)

Inclusief verzendkosten Nederland 9.70     Belgie 10.50

Boek bestellen?

 KLIK HIER

 

 

 

Disclaimer

HOME

Vertel een vriend over deze site

 

 

 

Copyright © 2005, Adri van Kooten, All Rights Reserved | Webdesign: Adri van Kooten